Artikelen (kennisbank)

Wetenschappelijk onderzoek

De term

Wetenschappelijk onderzoek naar hoogbegaafdheid probeert systematisch vast te stellen hoe hoogbegaafdheid zich ontwikkelt, hoe zij doorwerkt in het dagelijks leven en welke ondersteuning werkelijk helpt.

Meer weten dan wat herkenbaar klinkt

Persoonlijke ervaringen kunnen waardevol zijn, maar laten niet vanzelf zien wat algemeen geldt. Onderzoek helpt onderscheid maken tussen herkenbare verhalen, aannemelijke verklaringen en verbanden waarvoor werkelijk bewijs bestaat.

Wetenschappelijk onderzoek uitgewerkt

Over hoogbegaafdheid bestaan veel overtuigingen die logisch of herkenbaar klinken. Hoogbegaafde mensen zouden gevoeliger zijn, vaker psychische problemen hebben, sociaal minder goed aansluiten of juist vanzelf succesvol worden. Zulke uitspraken kunnen voor sommige mensen kloppen, maar dat maakt ze nog niet kenmerkend voor de hele groep.

Het onderzoeksobject afbakenen

Wetenschappelijk onderzoek is nodig om te bepalen welke kenmerken werkelijk vaker voorkomen, onder welke omstandigheden zij zichtbaar worden en welke andere verklaringen mogelijk zijn. Het voorkomt dat individuele ervaringen worden verheven tot algemene eigenschappen van hoogbegaafdheid.

Een fundamenteel probleem is dat onderzoekers hoogbegaafdheid niet allemaal op dezelfde manier definiëren. In sommige studies betekent het uitsluitend een IQ boven een bepaalde grens. Andere onderzoekers kijken ook naar creativiteit, motivatie, prestaties, ontwikkelingspotentieel of een breder psychologisch profiel.

Daardoor kunnen onderzoeken die allemaal over hoogbegaafdheid gaan in werkelijkheid verschillende groepen bestuderen. Een groep die op basis van een intelligentietest is geselecteerd, hoeft niet dezelfde kenmerken te hebben als volwassenen die zichzelf als hoogbegaafd herkennen of die vanwege problemen hulp hebben gezocht.

Selectie beïnvloedt de uitkomst

Ook de manier waarop deelnemers worden gevonden beïnvloedt de resultaten. Onderzoek onder leden van een vereniging voor hoogintelligente mensen bereikt mogelijk een andere groep dan onderzoek onder cliënten van coaches of psychologen. In de eerste groep kunnen goed functionerende volwassenen oververtegenwoordigd zijn; in de tweede juist mensen die zijn vastgelopen.

Dat verklaart mede waarom onderzoeken soms verschillende beelden opleveren. Het ene onderzoek vindt weinig verschil in welzijn tussen hoogbegaafde en gemiddeld begaafde volwassenen, terwijl ander onderzoek juist psychologische kwetsbaarheid beschrijft. De uitkomst hangt niet alleen af van hoogbegaafdheid, maar ook van definitie, selectie, levensomstandigheden en de vragen die worden gesteld.

Onderzoek heeft het beeld genuanceerd dat hoge intelligentie vanzelf leidt tot hoge prestaties. Cognitief potentieel moet zich kunnen ontwikkelen. Onderwijs, oefening, motivatie, persoonlijkheid, kansen en sociale omstandigheden beïnvloeden of sterke vermogens uiteindelijk zichtbaar worden als talent of expertise.

Wat onderzoek duidelijker heeft gemaakt

Ook is duidelijker geworden dat prestaties geen eenvoudige maat voor hoogbegaafdheid zijn. Onderpresteren, ongelijke cognitieve profielen, een gebrek aan passende uitdaging en dubbel bijzondere profielen kunnen ervoor zorgen dat capaciteiten niet worden herkend.

Onderzoek naar onderwijs heeft veel kennis opgeleverd over signalering, verrijking, versnelling, differentiatie en het belang van passende ontwikkelingsmogelijkheden. Tegelijk blijkt steeds opnieuw dat hoogbegaafde mensen geen homogene groep vormen. Dezelfde onderwijsaanpassing of begeleiding werkt niet voor iedereen.

Ook eenvoudige stereotypen over welzijn houden wetenschappelijk niet goed stand. Hoogbegaafdheid maakt iemand niet automatisch ongelukkig, sociaal onaangepast of psychisch kwetsbaar. Maar zij beschermt ook niet vanzelf tegen problemen. Factoren zoals langdurige mismatch, sociale uitsluiting, gebrek aan autonomie, onderprikkeling en bijkomende psychische of neurodivergente kenmerken kunnen wel degelijk invloed hebben.

Volwassenen zijn minder onderzocht

Een groot deel van de beschikbare kennis gaat over kinderen en onderwijs. Dat is begrijpelijk: hoogbegaafdheid wordt vaak voor het eerst zichtbaar wanneer een kind anders leert of onvoldoende aansluiting vindt op school. Toch houdt hoogbegaafdheid niet op wanneer iemand volwassen wordt.

Over de levensloop van hoogbegaafde volwassenen weten we aanzienlijk minder. Er zijn nog veel vragen over loopbaankeuzes, werkwaarden, relaties, ouderschap, psychische gezondheid, zingeving, pensionering en de gevolgen van late herkenning.

Juist bij volwassenen is onderzoek ingewikkeld. Hun ontwikkeling is beïnvloed door opleiding, beroep, relaties, gezondheid, cultuur en jarenlange aanpassing. Sommige volwassenen hebben hun mogelijkheden ruim kunnen ontwikkelen; anderen hebben geleerd zichzelf klein te houden of zijn herhaaldelijk vastgelopen in omgevingen die niet aansloten.

Verschillen over de levensloop

Daardoor kan dezelfde hoge cognitieve capaciteit op volwassen leeftijd heel verschillend zichtbaar worden. De één bouwt een specialistische loopbaan op, de ander wisselt voortdurend van werk. De één ervaart hoge intelligentie als een vanzelfsprekende kracht, terwijl de ander vooral de gevolgen van mismatch herkent.

Veel bestaand onderzoek geeft een momentopname. Deelnemers vullen een vragenlijst in of worden op één moment getest. Daarmee kunnen verbanden worden gevonden, maar nog niet altijd oorzaken.

Wanneer hoogbegaafde volwassenen bijvoorbeeld vaker vermoeidheid of ontevredenheid melden, is daarmee niet vastgesteld dat hun intelligentie de oorzaak is. Misschien speelt hun werkomgeving een rol, misschien langdurige aanpassing, misschien een bijkomende depressie of lichamelijke aandoening.

Onderzoek moet ontwikkeling volgen

Daarom is langdurig onderzoek belangrijk. Door mensen gedurende verschillende levensfasen te volgen, kan beter zichtbaar worden welke omstandigheden groei bevorderen, wanneer problemen ontstaan en wat beschermend werkt.

Ook overgangsmomenten verdienen aandacht. De stap van opleiding naar werk, van specialist naar leidinggevende, van werk naar uitval of van een actief beroepsleven naar pensionering kan het evenwicht tussen mogelijkheden, identiteit en omgeving ingrijpend veranderen.

Zonder degelijke kennis bestaat het risico dat begeleiding vooral wordt gebaseerd op persoonlijke overtuigingen. Een coach, docent of psycholoog kan veel ervaring hebben, maar ervaring alleen laat niet zien welke aanpak ook buiten de eigen praktijk werkt.

Waarom professioneel onderzoek ertoe doet

Onderzoek kan professionals helpen om zorgvuldiger te signaleren, betere vragen te stellen en hoogbegaafdheid niet te snel als verklaring voor ieder probleem te gebruiken. Een depressie blijft een depressie, lichamelijke klachten vragen medisch onderzoek en niet iedere mismatch is uitsluitend het gevolg van hoogbegaafdheid.

Andersom kan kennis over hoogbegaafdheid voorkomen dat gedrag te snel als onwil, arrogantie, gebrekkige motivatie of een stoornis wordt uitgelegd. Professionele deskundigheid vraagt daarom zowel kennis van hoogbegaafdheid als het vermogen om alternatieve verklaringen serieus te onderzoeken.

In Nederland bestaat inmiddels een groeiende infrastructuur van onderzoek, kennisdeling en professionele opleiding. Universiteiten, waaronder de Radboud Universiteit en Tilburg University, besteden aandacht aan hoogbegaafdheid, talentontwikkeling, werk en ontwikkeling gedurende de levensloop.1 Het Kenniscentrum Hoogbegaafdheid richt zich vooral op kennis voor het onderwijs.2

Van herkenning naar beter begrip

Onderzoek hoeft persoonlijke herkenning niet te vervangen. Ervaringskennis kan juist laten zien welke vragen nog onvoldoende worden gesteld. Wetenschap kan vervolgens onderzoeken of zulke ervaringen breder voorkomen, welke mechanismen erachter liggen en welke ondersteuning verschil maakt.

Voor hoogbegaafde volwassenen is dat belangrijk. Zij verdienen meer dan een verzameling eigenschappen waarin zij zich wel of niet herkennen. Zij hebben baat bij kennis die laat zien waarom bepaalde patronen ontstaan, wanneer die problematisch worden en hoe mogelijkheden duurzaam tot ontwikkeling kunnen komen.

Juist daar ligt de betekenis van verder onderzoek: niet bewijzen dat alle hoogbegaafden hetzelfde zijn, maar steeds nauwkeuriger begrijpen waarom hun levens zo verschillend kunnen verlopen.

1Hoogbegaafdheid en levenslooptransities↗

2Onderwijskennis over hoogbegaafdheid↗

Wat vond je van dit artikel?