Hoogbegaafd ouderschap
De term
Hoogbegaafd ouderschap kan betekenen dat een ouder zelf hoogbegaafd is, een hoogbegaafd kind opvoedt of beide tegelijk ontdekt.
Herkenning loopt vaak door generaties
Onderzoek bij een kind kan vragen openen over de ouder, terwijl de eigen jeugd ineens in een ander licht komt te staan.
Hoogbegaafd ouderschap uitgewerkt
Ouderschap brengt eigen ontwikkeling en die van het kind dicht bij elkaar. Bij hoogbegaafdheid kan die spiegel tegelijk verhelderend, confronterend en ontroerend zijn.
Jezelf herkennen in je kind
Een ouder kan tijdens gesprekken over het kind voor het eerst horen dat snel leren, intense vragen of sterke aanpassing bij hoogbegaafdheid kunnen passen. Gedrag dat altijd als persoonlijk tekort werd gezien, krijgt dan een nieuw kader.
Die herkenning brengt soms rouw om gemiste ondersteuning. Tegelijk moet de aandacht bij het kind blijven. Het kind heeft recht op een eigen profiel en hoeft niet het bewijs of herstel van de jeugd van de ouder te worden.
Een hoogbegaafde ouder
Kinderen van een hoogbegaafde ouder kunnen profiteren van rijke taal, nieuwsgierigheid en serieus genomen vragen. Zij kunnen ook merken dat een ouder snel redeneert, intens reageert of ongemerkt meer zelfstandigheid verwacht dan bij hun leeftijd past.
Wanneer zowel ouder als kind hoogbegaafd is, ontstaat niet automatisch perfecte afstemming. Asynchronie kan aan beide kanten bestaan. Een verbaal sterk kind blijft emotioneel een kind; een cognitief snelle ouder kan na overprikkeling weinig regelruimte overhouden.
Omgekeerd kan een kind met een ander profiel juist weinig herkenning oproepen. Een ouder die zelf moeiteloos leerde, begrijpt niet vanzelf een dubbel bijzonder kind; een ouder die zich altijd aanpaste, kan de openlijke weerstand van het kind moeilijk verdragen.
Ontwikkeling boven prestatie
Onderzoek naar de sociaal-emotionele behoeften van begaafde kinderen benadrukt dat kennis over opvoeding nog beperkt is en dat eenvoudige oorzaak-gevolgconclusies vaak niet mogelijk zijn.1 Hoogbegaafdheid vraagt dus niet om één speciale opvoedstijl.
Belangrijk is dat capaciteiten niet de enige maat worden. Een kind heeft uitdaging nodig, maar ook afhankelijkheid, spel, begrenzing en ruimte om iets nog niet te kunnen. Ouders hoeven daarvoor hun eigen intensiteit niet te verbergen; zij mogen wel blijven onderscheiden welke ontwikkeling van henzelf is en welke van het kind.
Ook een niet-hoogbegaafde ouder kan een hoogbegaafd kind uitstekend begeleiden. Afstemming vraagt geen identiek brein, maar nieuwsgierigheid naar de ervaring van het kind en de bereidheid expertise te zoeken waar de eigen ervaring niet volstaat.
Wat vond je van dit artikel?
Bedankt voor je reactie.
Vertel ons wat je vindt