Autoriteit
De term
Autoriteit is het gezag dat iemand of een instelling krijgt op grond van bijvoorbeeld deskundigheid, verantwoordelijkheid, functie of positie. Mensen kunnen vaak gezag erkennen uitsluitend omdat iemand hoger in een hiërarchie staat.
Een titel is nog geen argument
Hoogbegaafde mensen kunnen gezag sterk erkennen, maar vaak minder vanzelfsprekend op basis van alleen maar iemands positie of gezag. Wie sterk gericht is op logica, inhoud en consistentie kan moeite hebben met ‘omdat ik het zeg’. Niet de positie maar de kwaliteit van de redenering bepaalt dan hoeveel overtuigingskracht iemand heeft.
Autoriteit uitgewerkt
Kritisch omgaan met autoriteit kan gemakkelijk worden uitgelegd als opstandigheid. Soms is het dat ook. Maar er kan een wezenlijk verschil bestaan tussen geen gezag accepteren en gezag niet automatisch gelijkstellen aan gelijk hebben.
Functioneel en inhoudelijk gezag
Een leidinggevende heeft functioneel gezag: hij mag binnen zijn verantwoordelijkheid beslissingen nemen. Een deskundige heeft inhoudelijk gezag omdat hij aantoonbaar meer weet over een onderwerp.
Die twee vallen niet altijd samen.
Een hoogbegaafde medewerker kan daar scherp op reageren. Hij begrijpt dat de manager de beslissing mag nemen, maar niet waarom diens argument daarom inhoudelijk juist zou zijn.
Wanneer een organisatie beide soorten gezag door elkaar haalt, ontstaat snel wrijving.
Waarom ‘omdat het nu eenmaal zo gaat’ slecht werkt
Veel hoogbegaafden willen de logica achter een regel begrijpen. Niet noodzakelijk om die regel af te wijzen, maar om hem in een groter model te kunnen plaatsen.
Wanneer een leidinggevende uitlegt waarom een beperking bestaat, kan dezelfde persoon die eerst kritisch was juist zeer loyaal meewerken. De regel heeft betekenis gekregen.
Autoriteit die ruimte laat voor vragen kan daardoor sterker worden in plaats van zwakker.
De valkuil van de kritische denker
Toch zit ook hier een schaduwkant. Wie vaak sneller fouten ziet dan leidinggevenden of deskundigen, kan geleidelijk gaan denken dat hiërarchie vooral hinderlijk is en dat zijn eigen analyse betrouwbaarder is.
Maar een leidinggevende beschikt soms over informatie die niet gedeeld kan worden. Een deskundige kent misschien uitzonderingen waarvan de buitenstaander het bestaan niet weet. En verantwoordelijkheid dragen is iets anders dan vanaf de zijlijn de beste oplossing zien.
Intelligentie geeft dus geen vrijstelling van nederigheid.
Gezag tegenspreken zonder de relatie af te breken
Een belangrijke volwassen vaardigheid is daarom leren onderscheiden: wanneer gaat het om een inhoudelijke fout die werkelijk belangrijk is, wanneer om een andere legitieme afweging en wanneer vooral om mijn behoefte dat iets logisch gebeurt?
Ook de manier waarop kritiek wordt gegeven doet ertoe. Wie in drie zinnen laat zien dat een plan niet klopt, kan inhoudelijk gelijk hebben en tegelijk de ander publiekelijk gezichtsverlies bezorgen.
Effectieve tegenspraak houdt daarom rekening met zowel waarheid als relatie.
Autoriteit die tegenspraak verdraagt
Gezonde autoriteit hoeft kritische intelligentie niet te vrezen. Zij kan juist zeggen: ‘Laat zien wat ik mis.’
Voor hoogbegaafde volwassenen kan zo’n omgeving bijzonder belangrijk zijn. Niet omdat zij altijd hun zin moeten krijgen, maar omdat hun vermogen om inconsistenties en toekomstige problemen te zien dan als bijdrage wordt gebruikt.
Het ideaal is dus niet minder autoriteit of meer gehoorzaamheid. Het is volwassen gezag tegenover volwassen autonomie: iemand mag verantwoordelijkheid dragen, terwijl denken vrij genoeg blijft om vragen te stellen.
Wat vond je van dit artikel?
Bedankt voor je reactie.
Vertel ons wat je vindt